Volkskrant by Chris Keulen

Us kint us
Fotograaf Chris Keulen probeerde het broeierig-duistere en tegelijk warm-saamhorige van zijn Limburg in beeld te vatten. Hij slaagde glansrijk.

DOOR ARNO HAIJTEMA FOTO'S CHRIS KEULEN 3 december 2013


Wat is het toch dat Limburg associaties oproept met handeltjes die het daglicht niet kunnen verdragen? Met schone schijn, ons kent ons, vriendjespolitiek, corruptie, criminaliteit? Valt er in Limburg misschien meer dan elders te verbergen, omdat de smalle provincie zulke lange grenzen heeft, die van oudsher smokkel uitlokken en een juridisch grensoverschrijdende cultuur in de hand werken? Heeft het te maken met de achterstelling die de Limburgers in het koninkrijk van oudsher ten deel is gevallen, en moeten grote en kleine duistere zaken mede worden gezien als kleine verzetsdaden tegen noordelijke oppermacht?

Ho ho, stop eens even. Zo mag je niet generaliseren, en als noorderling heb je je helemáál te onthouden van zulke stigmatiserende, slechts op gevoel gebaseerde veronderstellingen. Terugnemen dus, die vooroordelen over het glooiende land aan weerszijden van de Maas, waar tradities als carnaval en processies springlevend zijn. Waar gemeenschapszin nog betekenis heeft en het café het warm kloppend hart van de samenleving vormt. Waar zakenleven en bestuur zich oriënteren op het verenigde Europa, en de bewoners van die lieflijke plaatsjes aan weerszijden van de grenzen in harmonie werken aan een betere toekomst.

Gevangen tussen twee stereotiepe uitersten, die van idylle en broeinest, lijkt Limburg, en dan is het fijn als een international gerespecteerd, in alle werelddelen en vele crisisgebieden gelouterd fotojournalist zich ten doel stelt de cultuur van de provincie te doorgronden. Door licht te werpen op wat verborgen was, schoonheid te delven, lief en leed te tonen en het menselijk tekort zonder schroom voor het voetlicht te brengen.

Chris Keulen heet de fotograaf. Chez Nous ('Onder ons') is het boek waarmee hij Limburg - en omstreken - viert. Belangrijk: Keulen is zélf Limburger. Van noordelijk dedain valt hij, in 1959 geboren in Heerlen, niet te betichten. En dus kunnen we ons, op grond van Chez Nous, gesterkt voelen in de opvatting dat het er echt niet helemáál pluis is.

Keulen zwierf door Limburg en - geheel in lijn met het grenzeloze Europa - langs weerszijden van de grenzen met België en Duitsland. Hij verzamelde er lieflijke, hilarische, trieste en suspensevolle beelden die tezamen het boek een lichtelijk weemoedig en verontrustend karakter geven. Zowel de warmte van het gebied als de duistere kanten wist hij te vinden en door die afwisseling van uitersten heffen de clichés elkaar als het ware op: tezamen verlenen ze het onderwerp juist een veelzijdige karakteristiek, die stereotypen overstijgt. Wat nog niet wil zeggen dat de Limburgse en Duitse kruimeldorpen of het tegenwoordig tot mondaine status verheven Luik hun ziel makkelijk prijsgeven.

De titel, Chez Nous, zegt het al: de bewoners van de heuvels langs de Maas hebben iets in zichzelf gekeerds; alleen in hun jaarlijkse maskerade zijn ze uitbundig, alsof alle emoties die zich gedurende een jaar hebben opgehoopt met carnaval een uitweg moeten vinden in kolder, dans en alcohol. Voor het overige speelt het leven zich onder ons af, met veel rituelen die van katholicisme zijn doordrenkt. De mannen van Gronsveld nemen, piekfijn in uniform gekleed, deel aan de optocht van de schutterij door de landerijen, de fanfare en de priester voor in de stoet. Aan de toog van een bruin café in Heerlen maken jongetjes in zondags carnavalskostuum zich op voor een of andere festiviteit. Bij de ingang van een kerk staren een jongen in archaïsch driedelig pak en een meisje in witte engeltjesjurk met bloemenkrans om het hoofd ernstig voor zich uit - te oud voor de eerste communie, veel te jong voor het huwelijk. Het zijn alle berichten uit een andere wereld.

Het sociale leven mag zich veelal rond het café afspelen, vrolijk gaat het er in de regel niet aan toe. In zichzelf gekeerd, op zichzelf teruggeworpen zijn de bezoekers, gesproken wordt er nauwelijks, gepeinsd des te meer. Talrijk zijn de huizen met dichtgetimmerde vensters, alsof het verval overal loert. Ramen zijn met met kranten afgeplakt, vitrages sluiten nieuwsgierige blikken buiten, daarachter broeit en gist het om onbekende redenen. Akelig recht is het te groene gazon naast de dichte rolluiken van een woning in Messancy, akelig bleek zijn de benen van de eigenaar die in zijn hemd, de blote voeten in zijn bruinleren instappers, zijn witte keffertje gaat uitlaten.

Met zijn foto's van glooiende heuvels waarboven de seizoenen zich voltrekken, van in onbruik geraakte fabrieken, bedrijfshallen, verlaten woningen, en van bewoners die hun weg zoeken tussen traditie en modern leven, verval en vernieuwing, groepsgevoel en individualisme schetst Keulen een kleurig en venijnig portret van de bewoners langs de Maas. Nergens betrapt hij ze op onoirbare zaken, maar de sfeer van geheimzinnigheid en onbehagen is onmiskenbaar. Uiteraard is de Limburger gemiddeld niets crimineler of netter dan de Hollander of om het even welke wereldburger. Maar bij Chez Nous bekruipt je toch de gedachte dat langs de Maas maatschappelijk al dan niet onwettig ongemak eerder dan elders zicht- en tastbaar wordt. Het is een omstandigheid die de fotograaf in elk geval ten volle heeft uitgebuit.